Rapportering

De resultaten van de analysen kunnen op verschillende wijze gerapporteerd worden aan de aanvrager of aan een door de aanvrager geautoriseerd persoon:

  • Schriftelijk:
    • Steeds voor aanvragende artsen buiten het ziekenhuis (tenzij deze geen schriftelijke rapporten meer wensen te ontvangen); enkel op specifieke vraag voor aanvragende artsen binnen het ziekenhuis
    • Rapportering per aanvraag, op specifieke vraag ook cumulatief rapport beschikbaar (5 meest recente aanvragen, waarbij enkel de referentiewaarden van het meest recente staal afgedrukt worden)
    • Volledige of onvolledige rapporten, maar enkel medisch gevalideerde resultaten worden afgedrukt, tenzij anders vermeld op het rapport
    • Wekelijks worden eveneens ontslagrapporten gedrukt voor gehospitaliseerde patiënten, waarin alle resultaten worden afgedrukt die gevalideerd werden na ontslag van de patiënt, en dit gesorteerd per toezichthoudend geneesheer. De klinisch biologen kijken deze rapporten na en de kritische resultaten worden bezorgd aan de toezichthoudende geneesheer.
    • Bloedgroepkaartjes worden rechtstreeks naar het thuisadres van de patiënt gestuurd.
  • Fax:
    • Op specifieke vraag van een aanvragend arts kan een schriftelijk rapport doorgefaxt worden.
  • Elektronisch:
    • Via het medisch elektronisch dossier van het ziekenhuis (EPD)
    • Alle resultaten zijn beschikbaar van zodra zij klaar zijn:
      • de technisch gevalideerde resultaten worden tussen haakjes weergegeven
      • de door de klinisch biologen medisch gevalideerde resultaten worden zonder haakjes weergegeven
      • waarden die buiten de referentiewaarden liggen, worden rood weergegeven
      • een * bij een resultaat geeft aan dat er een commentaar bij dit resultaat aanwezig is
      • aangevraagde testen waarvan nog geen resultaat gekend is, staan gemarkeerd als […]
    • Aanvragende artsen die dit wensen, kunnen eveneens via Medibridge resultaten ontvangen.
      Dagelijks worden medibridge protocollen verzonden naar de GZA medibridge server. Het gewenste Medibridge protocoltype wordt per geneesheer gespecificeerd. Het correcte gebruik van deze protocollen en de correcte transcriptie van de data (inclusief analyseresultaten, referentiewaarden, commentaren, enz.) die door het klinisch laboratorium naar de GZA Medibridge server worden gestuurd, valt niet onder de verantwoordelijk van het klinisch laboratorium.
    • Het Collaboratief Zorgplatform (CoZo) is een digitaal samenwerkingsplatform dat patiënten, zorgverleners en zorginstellingen toelaat om medische gegevens en informatie uit te wisselen en te delen. Aangezien het CoZo platform zelf de gegevens uit het medisch dossier EPD ophaalt, verwerkt en presenteert aan derden, is het Klinisch Laboratorium niet verantwoordelijk voor de correctheid en volledigheid van de weergave van dit elektronisch afschrift in CoZo.
  • Mondeling:
    • Steeds volgens het IPSG2 principe voor een correcte patiënt-identificatie.
    • Voor dringend aangevraagde resultaten of “paniekwaarden”. In dit kader heeft het laboratorium een limitatieve lijst opgesteld (goedgekeurd door de Medische Raad) waarin deze doorbelwaarden worden opgenomen.
    • Enkel tav de aanvragende geneesheer of een door hem geautoriseerd persoon. In geval van twijfel zal de mededeling uitsluitend gebeuren door een klinisch bioloog die zal beoordelen of de mondelinge mededeling geoorloofd is.
    • Het laboratorium streeft ernaar om >90% van deze doorbelwaarden binnen de 30 minuten na analyse gerapporteerd te hebben aan de hierboven vermelde persoon.
    • Niet medisch gevalideerde resultaten worden slechts onder voorbehoud medegedeeld, met de melding dat het om een niet medisch gevalideerd resultaat gaat.
    • Mondeling gerapporteerde resultaten worden als dusdanig gemerkt in de labocomputer. Hierin wordt opgenomen:
      • datum+tijdstip van melding
      • persoon die de melding doet
      • persoon aan wie gemeld wordt
      • indien nodig: of een resultaat niet gemeld kon worden + de reden hiervan
    • De wijze van rapportering werd goedgekeurd door de Medische Raad van 7/6/2016
  • Aan patiënt zelf:
    • Op specifieke vraag van de aanvragende arts of van de patiënt zelf zal een kopie van het rapport naar de patiënt gestuurd worden.

Bij elke analyse wordt een antwoordtijd gerapporteerd.  Het laboratorium streeft ernaar om > 95% van alle uitgevoerde analyses binnen deze antwoordtijden te rapporteren.  De antwoordtijden zijn zodanig vastgelegd, dat ook voor dringend aangevraagde analyses de arts voldoende snel de resultaten ter beschikking zal hebben.
Let wel, deze antwoordtijden zijn exclusief eventueel pre-analytisch staaltransport.  De meeste analyses die in urgentie aangevraagd worden, worden uitgevoerd op de eigen campus.  Wanneer er echter een inter-campus transport nodig is voor een dringend aangevraagde analyse, streven we ernaar dit transport te beperken tot maximaal 60 minuten.
Ter info: analyses met een uitvoerfrequentie en/of een antwoordtijd uitgedrukt in werkdagen worden enkel van maandag tot en met vrijdag uitgevoerd of gerapporteerd, exclusief feestdagen.
Voor meer informatie over de antwoordtijden en doorbelwaarden kunt u steeds contact opnemen met een verantwoordelijke van het klinisch laboratorium.

Nog enkele algemeenheden:

  • Resultaten van externe uitgevoerde analyses worden op dezelfde wijze als hierboven beschreven, gerapporteerd. De extern uitgevoerde analyses worden in de rapportering gemarkeerd met een x achter de analysenaam.
  • Nieuw toegevoegde analyseresultaten op een papieren rapport (tov een vorige afdruk) worden gemarkeerd met een > symbool achteraan op de betreffende analyselijn.
  • Sommige externe rapporten worden rechtstreeks ingescand in Medisch dossier EPD (vb genetica, uitvoerige HLA, BTC, moleculaire bepalingen).
  • De bron van de referentiewaarden is steeds opvraagbaar bij een verantwoordelijke van het klinisch laboratorium.